Via Minas naar Polanco: ruigheid, nandoes en yagara´s

De eerste reis van Darwin in Uruguay, die begon op 9 mei 1833, voerde vanaf Maldonado, via Minas naar Polanco, en wel onder een gewapend escorte van twee mannen met zwaarden en pistolen. Dat hadden wij gelukkig niet nodig, verre van dat. Wij volgen op de heenweg de terugweg van Darwin, via Pan de Azucar naar Minas. De huizen onderweg rezen volgens Darwin eenzaam uit de vlakte op, hadden geen tuin of binnenplaats, en zagen er meestal ongezellig uit. Anno 2009 is dat nog steeds het geval. Veel huizen maken de indruk van privé utiliteitsbouw: als er maar muren omheen staan en er een dak op zit; dat lijkt zo’n beetje de filosofie. Versiering, mooie kleuren, aantrekkelijke planten in een land waar vrijwel alles groeit – men lijkt er niet om te geven. In de 19e eeuw waren zelfs huizen van mensen in redelijk goede doen – met bedienden, veel grond en vee – volgens Darwin heel armoedig. Hij beschrijft een huis van iemand met een vloer van aangestampte aarde, vensters zonder glas, en een zitkamer die zich slechts kon beroepen op een paar heel ruwe stoelen en krukken, benevens een paar tafels. Tegenwoordig wonen de eigenaars van veel estancias in de luxe wijk Carrasco in Montevideo, en mede daarom zien veel huizen op dergelijke landgoederen er nog steeds niet bijzonder aantrekkelijk uit.

Las Minas – nu gewoon Minas genoemd – was nog veel kleiner dan Maldonado in Darwin’s tijd. Het bestond vooral uit een kerk, een pulperia – een soort combinatie van winkel en drankhol –, en een paar huisjes. Niettemin maakte het met zijn witgepleisterde huizen een aardige indruk op Darwin. Er is wat dat betreft niet veel veranderd. Het is nu een leuk, autentiek, redelijk omvangrijk plaatsje, met enig kleinschalig toerisme in de erom heen gelegen – bescheiden, maar fraaie – rotsachtige bergen. Het bekende mineraalwater Salus, en het alom in Uruguay aanwezige, veelal in literflessen geserveerde bier Patricia komen hier vandaan. Het centrale plein, La Plaza Libertad is een mooi, bomenrijk vierkant plein met een paar restaurantjes waar we als lunch een heerlijke parilla eten –het beste rundvlees ter wereld, op houtskool gegrild. Op de plaza is een Información Turistica in een winkel met diverse handnijverheidsproducten. Dat wil zeggen, een paar aardige meisjes zitten achter een tafel met wat folders uitgestald voor zich. We vragen daar of ze iets over Darwin weten, die daar immers gelogeerd heeft bij Don Juan Fuentes. Maar bij niemand ging enig belletje rinkelen. ‘Darwin. Quién? El famoso sabio? No le conosco’. Nooit van gehoord.

We verlaten Minas en gaan op weg naar Polanco, Darwins eindbestemming. We rijden langs de mysterieuze Cerro Arequita die wat aan Ayer’s Rock in Australië doet denken, en waar nu een kleinschalig toeristisch centrum is gevestigd. Spoedig komen we de eerste nandoe (Rhea Americana) tegen, de Zuid-Amerikaanse struisvogel, waarvan Darwin er vele zag, en waarvan wij er later ook nog talloze ontmoeten. Vlak na de Cerro Arequita wordt de weg onverhard, en rijden we uren over onverharde wegen door een veelal dor, glooiend, ongelooflijk leeg, maar boeiend landschap verder. Dit gebied wordt de Asperezas de Polanco genoemd, en was ook in Darwins tijd al bekend vanwege zijn ruigheid en droogheid. Her en der zien we groepjes bomen, schapen, en koeien. Langs veel eucalyptusbossen, rijden we verder door een woestijnachtig, bijna Mexicaans aandoend gebied. Het landschap wordt na verloop van tijd weer groener, met oorspronkelijke bomen en struiken, her en der zien we kleine cerros, wijdse vergezichten, en her en der een estancia.

Dan komen we aan in Polanco Sur, Zuid Polanco, een grootse naam voor een rommelige verzameling huisjes, en even later zijn we dan in Polanco zelf. Althans, dat nemen we we aan, want een naambordje is niet te vinden. Je gelooft je ogen niet…. Een soort loods als kerkje, een paar huisjes, wat rond hangende mannen en jongeren die een geimproviseerd squash spel volgen als ware het de Europacup … niets te doen.

De mensen zijn niet erg toeschietelijk, maar willen wel vertellen dat het hier echt om Polanco ging. We vragen naar de arroyo, de kreek die Darwin bezocht. ´O ja´ zei een wat oudere man, een paar jaar geleden was er ook al een muchachageweest die daarheen wilde, en ons wordt gewezen hoe we moeten gaan, linksaf. En dan staan we voor de kreek.

Wat had Darwin hier te zoeken? Woonde hier de familie van zijn geheime vriendin uit Montevideo? Was hij hier met haar op een romantisch tripje? Had hij alleen ogen voor haar? In ieder geval heeft hij niet goed op de fauna gelet. Want hij zag geen ander wild dan raven en valken. Wij zien onderweg echter niet alleen nandoes (met jongen), maar ook chagas (valkachtige roofvogels met rode bek, een voor Uruguay typische vogel), en in de kreek zelfs een yacara (kleine aligator), en uiteraard tal van andere verschillende vogels.

Na Polanco willen we via Piraraja terugkeren (de heenweg van Darwin), maar er zijn geen borden. We rijden op goed geluk verder, en vragen aan een stel in een pick up truck – de enige auto die tegenkomen – of we op de juiste weg zitten. Dat blijkt het geval te zijn, maar het is een camino muy feo, een heel slechte weg, zo vertelt de jongen met de alpinopet ons. Inderdaad is dit ongeveer de slechtste weg die we op al onze omzwervingen zijn tegengekomen, met grote keien en diepe gaten waarbij we het ergste vrezen voor de banden en schokbrekers.

We rijden Piraraja binnen, een verzameling huisjes rond een groot parkachtig plein met onder meer een speeltuintje. Er staan her en der nog een aantal mooie, zij het heel verwaarloosde koloniale huizen, en er zijn zeker zo’n vijf kleine kruidenierswinkeltjes. Gelukkig, want we zijn de uitdroging nabij, en in het eerste winkeltje bestellen we een fles water zonder prik. Nee, dat hebben ze niet. Cola Light dan? Nee, ook niet. Dan de volgende winkel maar in. Zelfde verhaal. Volgende winkel, weer hetzelfde verhaal. In de laatste winkel krijgen we evenmin wat we zoeken, maar het meisje in de winkel vraagt geinteresseerd: ‘Komen jullie uit de Verenigde Staten?’. Na ons antwoord ‘Nee we komen uit Holland’ kijkt ze ons glazig en niet begrijpend aan. Het is de eerste keer dat ze die naam hoort vallen. ‘Het ligt in Europa’, probeer ik te verduidelijken. Maar dat maakt de zaak alleen maar erger. Daar heeft ze helemaal nog nooit van gehoord. Maar het meisje heeft ook geen enkele behoefte de wereld te verkennen. Het is een heel aardig meisje, zeker, dat vol trots vertelt dat ze in zo’n mooi dorp woont. ‘Echt?’vraag ik, kennelijk lichtelijk verbijsterd. Ze ziet mijn blik, en zegt snel ´Nu ja, ik bedoel het is hier lekker rustig´. Lekker rustig! Voor Uruguyaanse begrippen is het helemaal niet rustig. Het ligt aan een drukke weg, waar zomaar een paar auto’s per uur voorbij komen. Dat is heel druk voor Uruguay, zeker  wanneer je net pakweg zo’n 100 kilometer over onverharde wegen hebt gereden waarbij je vrijwel niemand tegenkomt –  precies de ervaring die Darwin had op zijn  reis naar Minas.

Via de grote en prima weg Ruta 8 rijden we terug naar Minas, en via Ruta 12 naar Maldonado. Het is een schitterende route door een gastvrij en glooiend landschap, veel groener dan in het binnenland, met veel begroeing, met her en der mooie grote gele bloemen in de berm, langs mooie statige estancias. Alles ziet er veel welvarender uit dan in de omgeving van Polanco.

Darwin deed twee weken over deze tocht, wij een dag… Er is toch wel íets veranderd.

Comments are closed